|
||||
|
Sterilisatie van uw teef: Bij de ongesteriliseerde teef en bij teefjes die op latere leeftijd worden gesteriliseerd ziet men vaker tumoren van de melkklieren dan bij teefjes die op jonge leeftijd zijn gesteriliseerd. Ook heeft de ongesteriliseerde teef meer kans op het ontstaan van een baarmoederontsteking en hormonale suikerziekte. Ons advies is dan ook om uw hond te laten steriliseren. Dit wordt vaak, afhankelijk van het ras, gedaan als de hond 6 maanden is of 3 maanden na de eerste loopsheid. De sterilisatie vindt plaats via een kleine buiksnede. In de buik worden beide eierstokken afgebonden en verwijderd. Hier vindt namelijk de hormoonproductie plaats. Als de baarmoederhoornen er verder goed uit zien kunnen deze gewoon blijven zitten. Dit zorgt ook voor een minder invasieve ingreep. Er bestaan verschillende ideeën over het wel of niet vóór de eerste loopsheid steriliseren. Het voordeel van het steriliseren rond 6 maanden is dat de doorbloeding van de baarmoeder minder is, dat ze de minste kans op het krijgen van melkkliertumoren hebben en dat ze minder kans hebben om dik te worden. Een nadeel is een iets groter risico op incontinentie maar dit geldt voornamelijk voor de grotere hondenrassen. Ons advies is om de kleine en middelgrote hondenrassen op de leeftijd van 6 maanden te steriliseren vanwege de genoemde voordelen. De grote hondenrassen steriliseren we liever 3 maanden na de eerste loopsheid. Veel mensen willen geen sterilisatie van hun hond, omdat de hond dan dik en sloom zal worden. Dit is helemaal niet nodig. De honden worden vaak dikker na de sterilisatie, omdat de eigenaar dezelfde hoeveelheid voeding blijft geven. Een gesteriliseerde teef heeft minder voeding nodig als gevolg van de hormonale veranderingen. Als ze toch dezelfde hoeveelheid voeding krijgen zullen ze dikker worden. Een dikkere hond wordt minder actief en zo houdt dat zich in stand. Het advies is dan ook na de sterilisatie een kwart van de hoeveelheid voeding die gegeven werd af te halen. Zo wordt uw hond niet dikker en zal ze ook actief blijven.
sterilisatie van de boerboel Gitana:
Castratie van uw reu: Ongecastreerde reuen hebben meer kans op problemen van de prostaat. De prostaat kan door het seksuele gedrag vergroot zijn en hierdoor bloederige urine en bemoeilijkt poepgedrag geven. Ook kan de reu een ontsteking van de prostaat krijgen. Naast antibiotica moet een castratie dan ook overwogen worden als therapie. Tenslotte worden soms tumoren van de prostaat gezien. Bij sommige oudere ongecastreerde reu kan een tumoreuze ontaarding van meestal 1 testikel ontstaan. Dit zijn vaak goedaardige tumoren, maar deze kunnen wel een aanzienlijke grootte aannemen, waardoor alsnog een castratie plaats zal moeten vinden. Ongecastreerde reuen hebben ook regelmatig een voorhuidontsteking. Dat kun je zien als de hond druppeltjes pus verliest vanuit de voorhuid. Na castratie verdwijnt deze aandoening meestal. Bij een reu met gedragsproblemen is vaak het advies deze te laten castreren. Dit zal meestal in overleg met een gedragstherapeut en ons gaan. Helaas betekent dit niet altijd dat het gedrag hierna in positieve zin zal veranderen. Veel mensen willen geen castratie van hun hond, omdat de hond dan dik en sloom zal worden. Dit is helemaal niet nodig. De honden worden vaak dikker na de sterilisatie, omdat de eigenaar dezelfde hoeveelheid voeding blijft geven. Een gecastreerde reu heeft minder voeding nodig als gevolg van de hormonale veranderingen. Als ze toch dezelfde hoeveelheid voeding krijgen zullen ze dikker worden. Een dikkere hond wordt minder actief en zo houdt dat zich in stand. Het advies is dan ook na de castratie een kwart van de hoeveelheid voeding die gegeven werd af te halen. Zo wordt uw hond niet dikker en zal hij ook actief blijven. De laatste tijd lijkt uit onderzoek naar voren te komen dat reuen die op oudere leeftijd gecastreerd worden iets meer kans hebben op tumoren van de prostaat. Dit is vooral vlak na de castratie merkbaar.
Implantaat Onlangs is in Nederland een alternatief voor chirurgische castratie op de markt gekomen. Dit alternatief bestaat uit een implantaat dat, net als een identificatiechip, met een injectie onder de huid kan worden ingebracht. Het is een zeer klein staafvormig implantaat en geeft voortdurend lage dosering hormoon af dat effect heeft op de productie van de geslachtshormonen van de reu. Het implantaat zorgt eigenlijk voor de remming van de productie van deze hormonen met als gevolg een tijdelijke onvruchtbaarheid. Nadat het implantaat is ingebracht kan het zijn dat de reu de eerste 1-2 dagen wat drukker wordt en typisch reuengedrag vertoont. Onvruchtbaarheid wordt bereikt na 6 weken na het inbrengen van het implantaat en zal tenminste 6 maanden aanhouden (kleinere honden vaak wat langer). Tevens zal gemiddeld de testikels zo’n 30 % kleiner worden. Indien gewenst kan een reu weer vruchtbaar worden als implantaat is opgelost en uitgewerkt.
voor meer informatie bel gerust! |
||||
![]() |
||||