Chronische Nierziekte bij de kat – Dierenkliniek Buitenveldert – Amsterdam

Dierenkliniek Buitenveldert

Kliniek voor Gezelschapsdieren

Chronische Nierziekte bij de kat

De nieren hebben meerdere belangrijke functies, waaronder een taak bij de waterhuishouding en het uitscheiden van bepaalde afvalstoffen. Nieren hebben een enorme reservecapaciteit, daardoor zien we pas klachten als meer dan 70% verloren is. Nierproblemen worden vaker bij oudere dieren gezien. Wat de oorzaak hiervan is, is meestal niet te achterhalen. Bij sommige rassen worden afwijkingen aan de nieren gezien die waarschijnlijk erfelijk zijn en waarbij al op jonge leeftijd nierfalen gezien kan worden.

Symptomen

Het is lastig te bepalen wanneer de beschadiging van nierweefsel nou precies begint. Meestal is het een geleidelijk proces wat weken tot maanden in beslag kan nemen. Bij beginnende nierpatiënten zult u nog geen symptomen zien. Aanwijzingen voor een nierprobleem bij uw huisdier zijn veel drinken (het is normaal als u uw kat bijna nooit ziet drinken!), veel plassen, verminderde eetlust, verhoogde braakneigingen, sloomheid, uit de bek stinken, slechte vacht, stram lopen en afvallen. Met een bloedscreening bij de kat (vanaf 8-jarige leeftijd aangeraden) kunnen we aanwijzingen vinden waarbij het vermoeden kan bestaan dat er al wat nierweefsel beschadigd is.

Diagnose

Meestal zijn er meerdere onderzoeken nodig om een goed beeld te krijgen van de ernst van het nierfalen en de prognose. Het onderzoek van een (oudere) kat die verdacht is van een chronische nierziekte, bestaat uit:

  • lichamelijk onderzoek
  • bloedonderzoek
  • urineonderzoek
  • bloeddrukmeting

Lichamelijk onderzoek

Hierbij wordt uw kat geheel nagekeken, maar met name wordt er gelet op gewicht, vacht, nier- en blaasgrootte, geur uit de bek en vochtbalans.

Bloedonderzoek

In het bloed kunnen bepaalde nierwaardes gemeten worden: ureum en kreatinine. Deze stoffen zijn pas verhoogd als er al een behoorlijk deel (meer dan 70%) van de nieren beschadigd is. Als uw dier verhoogde nierwaardes heeft, is het soms nodig om hem/haar via een infuus te “spoelen”. Dit hangt van de onderliggende oorzaak en van de toestand van het dier af. Als de nierwaardes verhoogd waren door een ander onderliggend probleem kunnen ze na het spoelen weer normaal zijn. Als ze na het spoelen hoog blijven, is er sprake van blijvende schade.
Daarnaast is het belangrijk om de mineralen in het bloed te controleren (kalium, fosfaat, calcium) en de hoeveelheid rode bloedcellen. Dit is belangrijk omdat deze bloedwaarden verhoogd of verlaagd kunnen zijn als gevolg van het nierfalen. Hierdoor kan uw kat zich minder lekker voelen en/of kunnen de afwijkende mineraalwaarden het nierfalen verergeren.

Urineonderzoek

Een kat met nierfalen heeft waterige urine doordat de nieren niet meer goed kunnen concentreren. Sommige dieren hebben door de beschadiging van nierweefsel lekkage van eiwitten in de urine. Dit kunnen we meten. Hoe hoger de hoeveelheid eiwitten, hoe erger het nierfalen is. De eiwitten verergeren het nierfalen. Als er teveel eiwit in de urine zit, schrijven we een medicijn voor die deze eiwitlekkage remt. Hierdoor voelt uw kat zich beter.
Tenslotte doen we vaak bacteriologisch onderzoek van de urine. Nierfalen gaat regelmatig gepaard met een urineweginfectie hetgeen de oorzaak kan zijn of het nierfalen kan verergeren. Opvallend is dat katten met zo’n urineweginfectie meestal geen klachten hebben.

Bloeddrukmeting

Een kat met nierfalen heeft een grotere kans (65%) op een hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk kan de oorzaak zijn van het nierfalen maar een kat met nierfalen kan ook een hoge bloeddruk ontwikkelen. Daarom is het belangrijk om de bloeddruk regelmatig te blijven controleren (2x per jaar). Een hoge bloeddruk leidt tot een snellere verslechtering van de nieren. Indien de bloeddruk verhoogd is, krijgt uw kat hier medicatie voor.
Lange tijd zult u niets merken van de hoge bloeddruk. Pas in een laat stadium, wanneer er al veel schade is, ontstaan er klachten zoals bloedingen in het netvlies, blindheid, hartproblemen en hersenbloedingen.

Therapie

Uw kat is voor de rest van zijn/haar leven nierpatiënt. Nierfalen is niet te genezen. De behandeling is vooral bedoeld om te voorkomen dat het nierfalen verergert en dat uw kat zich lekkerder gaat en blijft voelen.

Voeding

Het belangrijkste bij een nierpatiënt is dat hij/zij goed eet en drinkt! Afhankelijk van hoe ziek uw kat is, kan het zijn dat we nierdieet, uw oude voer of energierijk blikvoer (tijdelijk) adviseren.
Nierdieet bevat minder eiwit, waardoor het minder belastend voor de nieren is. Daarnaast bevat het meer kalium en minder fosfaat en calcium. Nierdieet geeft een duidelijke verbetering van de levenskwaliteit en –kwantiteit, maar alleen als het voldoende gegeten wordt.

Vocht

De vochtinname moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden om niet uitgedroogd te raken. Dit kunt u doen door extra waterbakjes in huis te plaatsen (katten drinken weinig water indien het naast het eten staat), stromend water/waterfontein, extra water door het eten te doen en/of door natvoer te geven (bevat 70-80% water).

Verdere therapieën hangen af van de toestand van uw kat:

  • indien uw dier erg uitgedroogd en apathisch is, kan een infuus (in het bloedvat of onderhuids) nodig zijn.
  • medicatie indien er eiwitlekkage van de nieren is (levenslang)
  • medicatie indien er een hoge bloeddruk is (levenslang)
  • medicatie indien de mineralen in het bloed afwijkend zijn
  • antibioticum indien er sprake is van een bacteriële blaasontsteking (tijdelijk)
  • medicatie om de eetlust te bevorderen. De eetlust kan minder zijn doordat ze misselijk zijn, buikpijn hebben als gevolg van obstipatie en/of last hebben van maag/darmzweren. (tijdelijk)
  • medicatie om braken tegen te gaan (tijdelijk)

Controles

Wanneer we bij uw kat ${patient.naam} nierfalen hebben vastgesteld, wordt uw kat ingedeeld in een gradatie van nierfalen (stadium 1 t/m 4) afhankelijk van de bloed- en urineonderzoeken. Er wordt een behandelplan opgesteld. Regelmatige controles zijn belangrijk om uw kat een kwalitatief zo goed mogelijk leven te geven en eventuele complicaties snel op te sporen.
Na 1 maand adviseren wij u op controle te komen. Dan herhalen we het klinisch onderzoek, het bloed- en urineonderzoek en de bloeddrukmeting. Daarna is het advies om elke 3 maanden de urine te laten controleren en elke 6 maanden het bloedonderzoek en de bloeddruk. Uiteraard verzoeken wij u contact op te nemen indien het tussentijds niet goed lijkt te gaan.

Prognose

Er is geen voorspelling te doen hoe lang het goed blijft gaan. Er zijn katten die jarenlang met verhoogde nierwaarden leven, terwijl bij andere patiënten de behandeling niet aanslaat. Het hangt uiteraard ook af hoe erg het nierfalen is op het moment van diagnosticeren. Door regelmatige controles van de nierwaarden, de bloeddruk, de eiwitlekkage en de mineralen houden we het nierprobleem goed in de gaten.
Neem altijd contact met ons op indien uw kat gaat wegkruipen, stopt met eten of drinken of andere ziekteverschijnselen laat zien.