Steriliseren/castreren – Dierenkliniek Buitenveldert – Amsterdam

Dierenkliniek Buitenveldert

Kliniek voor Gezelschapsdieren

Steriliseren/castreren

Sterilisatie van uw teef

Bij de ongesteriliseerde teef en bij teefjes die op latere leeftijd worden gesteriliseerd ziet men vaker tumoren van de melkklieren dan bij teefjes die op jonge leeftijd zijn gesteriliseerd. Ook heeft de ongesteriliseerde teef meer kans op het ontstaan van een baarmoederontsteking en hormonale suikerziekte. Ons advies is dan ook om uw hond te laten steriliseren.

De (standaard)sterilisatie vindt plaats via een kleine buiksnedes. In de buik worden beide eierstokken verwijderd. Hier vindt namelijk de hormoonproductie plaats. Als de baarmoederhoornen er verder goed uit zien, kunnen deze gewoon blijven zitten. Dit zorgt ook voor een minder invasieve ingreep.

Het is inmiddels mogelijk geworden om uw hond door middel van een kijkoperatie(laparoscopische) te laten steriliseren. Bij deze vorm van sterilisatie worden, onder volledige narcose slechts drie kleine sneetjes in de buik gemaakt van amper 1 cm. De buik wordt een klein beetje opgeblazen en via deze openingen worden een camera en werkinstrumenten ingebracht. Met behulp van de camera worden dan de eierstokken opgezocht en middels een speciaal snij-en brand- instrument uit de hond verwijderd. De kleine huidwondjes worden met een hechting gesloten. en na een weekje kunnen we ze controleren bij ons in de kliniek.  Door de geringe omvang van de wondjes is de bewegingsvrijheid van de hond na de operatie veel groter en de littekenvorming minimaal. De ingreep verloopt ook een stuk sneller waardoor uw dier minder lang onder narcose zal zijn. Mocht u geïnteresseerd zij om uw dier door middel van deze ingreep te laten steriliseren neemt u dan contact op met onze kliniek, wij vertellen u er graag meer over.

Na de ingreep krijgt de patiënt voor enkele dagen pijnstilling gecombineerd met een ontstekingsremmer mee naar huis zodat ze niet zoveel last hebben van de wond(jes). Na 7-14 dagen zullen wij de wond(jes) controleren op onze kliniek en eventueel nog aanwezige hechtingen verwijderen.

Er bestaan verschillende ideeën over het wel of niet vóór de eerste loopsheid steriliseren. Het voordeel van het steriliseren rond zes maanden is dat de doorbloeding van de baarmoeder minder is en dat ze minder kans hebben om dik te worden. Een nadeel is een iets groter risico op incontinentie. De kans op het krijgen van melkkliertumoren is voor en na de 1e loopsheid nagenoeg gelijk, hierna neemt het risico snel toe. Ons advies is om uw hond na de eerste loopsheid te laten steriliseren. Dan is de kans op het krijgen melkkliertumoren en incontinentie zo klein mogelijk. Bij het laparoscopisch steriliseren kan de sterilisatie ongeveer 6 weken na het begin van de loopsheid plaatsvinden.

Veel mensen willen geen sterilisatie van hun hond, omdat de hond dan dik en sloom zal worden. Dit is helemaal niet nodig. De honden worden vaak dikker na de sterilisatie, omdat de eigenaar dezelfde hoeveelheid voeding blijft geven. Een gesteriliseerde teef heeft minder voeding nodig als gevolg van de hormonale veranderingen. Als ze toch dezelfde hoeveelheid voeding krijgen zullen ze dikker worden. Een dikkere hond wordt minder actief en zo houdt dat zich in stand. Er is speciaal voer op de markt voor gesteriliseerde teven. Dit bevat dan minder calorieen en wel meer vezels voor een voldoende verzadigingsgevoel. Zo wordt uw hond niet dikker en zal ze ook actief blijven.

Meer informatie over voeding kunt u vinden onder het kopje voeding.

Castratie van uw reu

Ongecastreerde reuen hebben meer kans op problemen van de prostaat. De prostaat kan door het seksuele gedrag vergroot zijn en hierdoor bloederige urine en bemoeilijkt poepgedrag geven. Ook kan de reu een ontsteking van de prostaat krijgen.  Naast antibiotica moet een castratie dan ook overwogen worden als therapie. Tenslotte worden soms tumoren van de prostaat gezien. Bij sommige oudere ongecastreerde reuen kan een tumoreuze ontaarding, van meestal 1 testikel, ontstaan. Dit zijn vaak goedaardige tumoren maar deze kunnen wel een aanzienlijke grootte aannemen  waardoor alsnog een castratie plaats zal moeten  vinden. Ongecastreerde reuen hebben ook regelmatig een voorhuidontsteking. Dat kun je zien als de hond druppeltjes pus verliest vanuit de voorhuid. Na castratie verdwijnt deze aandoening meestal. Bij een reu met gedragsproblemen is vaak het advies deze te laten castreren. Dit zal meestal in overleg met een gedragstherapeut en ons gaan. Helaas betekent dit niet altijd dat het gedrag hierna in positieve zin zal veranderen.

Veel mensen willen geen castratie van hun hond, omdat de hond dan dik en sloom zal worden.  Dit is helemaal niet nodig. De honden worden vaak dikker na de sterilisatie, omdat de eigenaar dezelfde hoeveelheid voeding blijft geven. Een gecastreerde reu heeft minder voeding nodig als gevolg van de hormonale veranderingen. Als ze toch dezelfde hoeveelheid voeding krijgen zullen ze dikker worden. Een dikkere hond wordt minder actief en zo houdt dat zich in stand. Er is speciaal voer op de markt voor gecastreerde reuen. Dit bevat minder calorieen en wel meer vezels voor een goed verzadigingsgevoel. Zo wordt uw hond niet dikker en zal hij ook actief blijven.

Meer informatie over voeding kunt u vinden onder het kopje voeding.

De laatste tijd lijkt uit onderzoek naar voren te komen dat  reuen die op oudere leeftijd gecastreerd worden iets meer kans hebben op tumoren van de prostaat. Dit is vooral vlak na de castratie merkbaar.

Implantaat

Er is in Nederland een alternatief voor chirurgische castratie op de markt gekomen. Dit alternatief bestaat uit een implantaat
dat, net als een identificatiechip, met een injectie onder de huid kan worden ingebracht. Het is een zeer klein staafvormig implantaat en geeft voortdurend een lage dosering hormoon af dat effect heeft op de productie van de geslachtshormonen (testosteron) van de reu. Het implantaat zorgt eigenlijk voor de remming van de productie van testosteron met als gevolg een tijdelijke onvruchtbaarheid. Ook de geslachtsdrift (libido) wordt onderdrukt, waardoor uw hond minder interesse krijgt in het vrouwelijk geslacht. Sommige honden worden rustiger en minder dominant wanneer het testosteron is gedaald. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn.

Nadat het implantaat is ingebracht kan het zijn dat de reu de eerste 1-2 dagen wat drukker wordt en typisch reuengedrag vertoont. Onvruchtbaarheid wordt 6 weken na het inbrengen van het implantaat bereikt en zal tenminste 6 maanden aanhouden (kleinere honden vaak wat langer). Tevens zullen de testikels gemiddeld ongeveer 30% kleiner worden. De honden zullen weer vruchtbaar worden en de testikels zullen weer de normale grootte aannemen wanneer het implantaat opgelost en uitgewerkt is.